Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieLiriomyza phryne Hendel,
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
Fijne, lichte kronkelende lijnen in het bladgroen van grassen worden vaak veroorzaakt door de larve van Liriomyza phryne, een kleine mineervlieg. Het mineren houdt in dat de larve gangen vreet in het bladweefsel, tussen de bovenste en onderste bladlaag. De volwassen vlieg is slechts enkele millimeters groot en is meestal donker gekleurd met gele accenten. Deze soort is gespecialiseerd in bepaalde grassoorten en laat daar haar vraatsporen achter zonder de plant ernstig te beschadigen.
De levenscyclus van Liriomyza phryne start in het voorjaar, meestal vanaf mei, wanneer de volwassen vliegen uitkomen. Na de paring leggen de vrouwtjes hun eieren in het blad van grassen. Van de zomer tot in september zijn de mijnen in de grassprieten zichtbaar. Vaak volgen er twee generaties per jaar. Bij het afnemen van de daglengte en temperatuur verlaten de laatste larven de mijnen, laten zich op de bodem vallen en verpoppen in de strooisellaag of de bovenste bodemlaag, waar zij overwinteren.
Vraatsporen van Liriomyza phryne aan grassen vormen geen bedreiging voor de tuin. Het gebruik van insecticiden of chemische middelen wordt afgeraden, aangezien deze de larven in het blad nauwelijks bereiken en natuurlijke vijanden zoals sluipwespen kunnen doden. Sluipwespen reguleren de populatie van mineervliegen op natuurlijke wijze. Een extensief beheer van graslanden en het behoud van wilde grasplekken ondersteunen dit natuurlijk evenwicht.
Liriomyza phryne behoort tot de familie Agromyzidae (mineervliegen). De larven leven in het mesofyl, het weefsel tussen de bladlagen. De soort is gespecialiseerd in diverse grassen, waaronder Arrhenatherum elatius en Holcus lanatus. De larve maakt een gangmijn, die vaak bij de bladtop begint en zich naar beneden toe verbreedt. Aan het einde van de ontwikkeling verlaat de larve het blad via een kleine opening om te verpoppen. Determinatie van verwante soorten vindt doorgaans plaats op basis van de structuur van de mannelijke geslachtsorganen of de specifieke vorm van de mijnen.
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →