Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieTaraxacum ostenfeldii
6
Soorten
interageren
6
Interacties
gedocumenteerd
Taraxacum ostenfeldii valt op door de goudgele lintbloemen die in dichte hoofdjes boven een bladrozet staan. Deze plant vormt een essentiële voedselbron voor gespecialiseerde vlindersoorten zoals deMelitaea phoebe. Als vroege bloeier ondersteunt de soort het ontwaken van insecten in het voorjaar.
Belangrijke nectarbron voor zeldzame vlindersoorten van april tot juni.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Taraxacum ostenfeldii is een belangrijke nectarplant voor diverse zandoogjes en parelmoervlinders. Met name soorten als Melitaea phoebe, Euphydryas desfontainii en Melitaea varia bezoeken de plant gericht. Ook Vanessa virginiensis maakt gebruik van het aanbod. De zaden dienen als energiebron voor zangvogels zoals de putter. Door de mycorrhiza-verbinding in de bodem verbetert de plant de nutriëntenbeschikbaarheid voor de gehele plantengemeenschap.
Taraxacum ostenfeldii is niet veilig voor kinderen. Het melksap in de stengel kan bij contact met de gevoelige huid irritatie veroorzaken en bij consumptie van grotere hoeveelheden maag-darmklachten teweegbrengen. Voorkom dat kinderen de stengels afbreken tijdens het spelen.
Licht
—
Vochtigheid
—
Bodem
—
Bloeitijd
Apr – Jun
Bioregio
Mediterranean
Bladtype
Breitblättrig
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: Kies een zonnige plek zodat de bloemen zich overdag volledig kunnen openen.
Bodem: De plant gedijt op een voedselrijke, verse bodem; een lichte gift compost in het voorjaar ondersteunt de vitaliteit.
Planttijd: Jonge rozetten kunnen in het voorjaar (maart tot mei) of in het najaar (september tot november) worden geplant.
Plantafstand: Houd een afstand van ongeveer 25 centimeter aan tot naburige kruiden.
Water: Tijdens droge perioden is water geven gewenst, al kan de plant dankzij de penwortel korte droogteperioden verdragen.
Onderhoud: Vermijd maaien tijdens de hoofdbloei om de nectarplant beschikbaar te houden voor insecten.
Vermeerdering: De plant verspreidt zich effectief via de eigen vliegzaden.
Partnerplant: Bellis perennis is een geschikte begeleider, aangezien deze dezelfde standplaatseisen deelt en de weideflora aanvult.
Deze plant uit de familie Asteraceae behoort tot de orde Asterales en wordt beschouwd als een inheemse soort of archeofyt. De soort groeit bij voorkeur op voedselrijke weiden en langs wegbermen. Kenmerkend zijn de holle stengel met melksap en de penwortel, die een arbusculaire mycorrhiza (een symbiose met bodemschimmels voor een betere nutriëntenopname) aangaat. Morfologisch maakt de soort deel uit van een complexe groep die zich onderscheidt door een groot aanpassingsvermogen.
6 soorten interageren met deze plant
•Middleton-Welling_2020
•FloraWeb / BfN
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →