Ontdek hoe je in mei een natuurtuin aanlegt. Deskundige gids over wilde planten, takkenwallen en dood hout voor meer biodiversiteit in je eigen tuin.
Mei is de ideale tijd om steriele tuindelen of ongebruikte groenstroken om te vormen tot levendige natuurtuinen. Terwijl klassieke siertuinen vaak als ‘groene woestijnen’ fungeren, biedt een natuurtuin door een modulaire aanpak – met elementen als een houtbult, takkenwal en wilde bloemenweide – waardevolle leefgebieden voor onze inheemse fauna. Zo’n tuin is niet alleen een plek van rust, maar een complex ecosysteem waarin elk element een ecologische functie vervult.
De omvorming van een terrein, zoals vaak toegepast bij schooltuinen of grote privétuinen, volgt het principe van ecologische opwaardering. Daarbij staat het gebruik van regionale wilde planten voorop, omdat deze een evolutionaire wederzijdse afhankelijkheid hebben ontwikkeld met de hier levende insectensoorten. Terwijl invasieve neofyten (planten die na 1492 zijn ingevoerd) zoals de vlinderstruik (Buddleja davidii) wel nectar bieden, ontbreken ze vaak als waardplant voor de larven van onze vlinders. Een echte natuurtuin kiest hier voor duurzaamheid door inheemse flora.
Een doorslaggevende factor voor het succes van je natuurtuin is de plantenkeuze. Inheemse soorten zoals veldsalie (Salvia pratensis) of knoopkruid (Centaurea jacea) zijn perfect aangepast aan het klimaat in Nederland. Ze bieden stuifmeel en nectar voor gespecialiseerde wilde bijen, zoals de knautiabij (Andrena hattorfiana), die afhankelijk is van de aanwezigheid van beemdkroon (Knautia arvensis).
Waarnemingen tonen aan dat de biomassa aan insecten op plekken met inheemse wilde planten aanzienlijk hoger is dan op plekken met uitheemse siergewassen. Dit komt doordat veel insecten zogenaamde specialisten zijn. Wanneer je in mei slangenkruid (Echium vulgare) plant, lok je gericht de slangenkruidbij (Osmia adunca). Zonder deze specifieke planten verdwijnen ook de bijbehorende diersoorten uit ons landschap.
Een wezenlijk onderdeel van een natuurtuin is de takkenwal. Dit is een houtril die ontstaat door het opstapelen van snoeihout, takken en twijgen. Hij dient als windscherm en biedt tegelijkertijd leefruimte aan talrijke soorten. De winterkoning (Troglodytes troglodytes) gebruikt het dichte vlechtwerk graag als beschutte nestplaats, terwijl de gewone pad (Bufo bufo) in het lagere, vochtigere deel beschutting vindt.
Naast de wal is ook de vrijstaande houtbult een belangrijk element. Hier vindt de afbraak plaats door saproxyle insecten (insecten die van dood hout leven). De blauwzwarte houtbij (Xylocopa violacea) knaagt haar nestgangen bij voorkeur in zonbeschenen oud hout. Zorg ervoor dat het hout niet behandeld is, zodat de natuurlijke afbraakprocessen door schimmels en keverlarven niet worden verstoord.
In het conventionele tuinonderhoud wordt vaak te veel mest gebruikt. Maar voor een hoge biodiversiteit is precies het tegenovergestelde nodig. Veel van onze zeldzaamste wilde bloemen gedijen op schrale, voedselarme bodems. Op overbemeste plekken worden deze specialisten verdrongen door concurrentiekrachtige soorten zoals grote brandnetel (Urtica dioica) of zevenblad (Aegopodium podagraria).
Als je een wilde bloemenweide wilt aanleggen, moet je de bodem zo nodig verschralen. Dat bereik je door zand in te werken of door het maaisel consequent af te voeren om voedingsstoffen aan het systeem te onttrekken. Een voedselarme bodem is de voorwaarde voor soorten als kartuizer anjer (Dianthus carthusianorum), die met weinig stikstof toe kan en in ruil daarvoor een groot aantal dagvlinders aantrekt.
| Element | Ecologische functie | Doelsoorten (voorbeelden) |
|---|---|---|
| Takkenwal | Bescherming, nestplaats, ecologische verbinding | Winterkoning (Troglodytes troglodytes), egel (Erinaceus europaeus) |
| Houtbult | Nestplaats voor solitaire bijen, voedsel voor kevers | Blauwzwarte houtbij (Xylocopa violacea), vliegend hert (Lucanus cervus) |
| Schrale grasmat | Voedselbron (stuifmeel/nectar) | Koninginnenpage (Papilio machaon), icarusblauwtje (Polyommatus icarus) |
| Droge muur | Warmtebuffer voor reptielen | Zandhagedis (Lacerta agilis), muurhagedis (Podarcis muralis) |
Verkrijgbaar bij Gartenexpedition.de

3,27 €
incl. btw, excl. verzendkosten
Naar de shop →

2,00 €
incl. btw, excl. verzendkosten
Naar de shop →
Partneropmerking: De gelinkte producten zijn afkomstig van Gartenexpedition.de. Met een aankoop steun je ons werk.
Jouw tuin is geen geïsoleerd systeem. Hij is een bouwsteen in de regionale ecologische verbindingszone. Hoe meer tuinen natuurvriendelijk worden ingericht, des te gemakkelijker kunnen dieren zich tussen verschillende leefgebieden verplaatsen. Dit is cruciaal voor genetische uitwisseling en voor het overleven van populaties. Terwijl in de tuin vooral insecten, vogels en kleine zoogdieren zoals de egel (Erinaceus europaeus) profiteren, ondersteunt een gezond regionaal ecosysteem indirect ook de terugkeer van grotere soorten in het cultuurlandschap. Zo is een intact netwerk van leefgebieden in uitgestrekte bos- en weiderandgebieden essentieel voor de verspreiding van de eland (Alces alces (Linnaeus, 1758)), die afhankelijk is van aaneengesloten, structuurrijke landschappen.
Door geen synthetische bestrijdingsmiddelen en minerale meststoffen te gebruiken, bescherm je bovendien het grondwater en het bodemleven, zoals de regenworm (Lumbricus terrestris), die onmisbaar is voor de bodemluchtcirculatie. Een natuurtuin in mei is het beste startpunt voor een langdurige inzet voor soortenbescherming.
Waarom zijn inheemse planten beter dan sierplanten? Inheemse soorten zoals veldsalie (Salvia pratensis) bieden gespecialiseerde insecten de noodzakelijke voeding die uitheemse planten vaak niet leveren.
Wat doe ik tegen ‘onkruid’ in de natuurtuin? Beschouw spontane kruiden als deel van het systeem. Mechanisch wieden mag, maar veel soorten zoals de distel zijn belangrijke voedselplanten voor puttertjes.
Ziet een takkenwal er slordig uit? Het is een geordend structuurelement. Met een duidelijke begrenzing door houten palen oogt hij bewust geplaatst en biedt hij de egel (Erinaceus europaeus) een veilige schuilplaats.
Mag ik mijn gazon in mei bemesten? Nee, in de natuurtuin gebruiken we geen synthetische mest. Een schrale bodem bevordert de soortenrijkdom aan wilde bloemen en vermindert de maaibehoefte.
Wat te doen als een mol hopen opwerpt? De mol (Talpa europaea) is beschermd. Strijk de hopen voorzichtig glad en gebruik de fijne aarde als zaai- en potgrond. Hij wijst op een goede bodemkwaliteit.
Hoe onderhoud ik een wilde bloemenweide? Eén tot twee keer per jaar maaien (juni/september) is voldoende. Het maaisel moet worden afgevoerd om de bodem schraal te houden en de variatie te bevorderen.
Trefwoorden
Leer hoe je een droge stapelmuur bouwt om waardevolle leefgebieden voor hagedissen en wilde bijen te creëren. Handleiding, materiaalkeuze en inheemse planten.
VerdiepingOntdek hoe je met insectvriendelijke tuinverlichting nachtvlinders en vleermuizen beschermt. Tips over lichtkleur, afscherming en soortenbescherming in mei.
VerdiepingLeer hoe je in mei een benjesheg aanlegt. Stappenplan voor het bouwen van een doodhoutwal als leefgebied voor egels, vogels en nuttige insecten.
VerdiepingOntdek hoe je het edafon en mycorrhiza-schimmels in je tuin kunt stimuleren. Praktische tips voor een gezond bodemleven en meer biodiversiteit in mei.
VerdiepingWilde bijen bevorderen: Ontdek hoe gespecialiseerde wilde bijen en inheemse planten samenhangen en hoe je door gerichte keuze de biodiversiteit kunt versterken.
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →