Wilde bijen bevorderen: Ontdek hoe gespecialiseerde wilde bijen en inheemse planten samenhangen en hoe je door gerichte keuze de biodiversiteit kunt versterken.
In mei, de maand van de bloei, bereikt het leven in onze tuinen een hoogtepunt. Terwijl de bekende honingbij (Apis mellifera) als generalist bijna elke bloem bezoekt, zijn er onder de circa 600 inheemse wilde bijensoorten veel hooggespecialiseerde experts. Deze soorten noemen we oligolectisch (pollenspecialist). Dat betekent: de vrouwtjes verzamelen stuifmeel voor hun broed uitsluitend op planten van een bepaalde familie of zelfs maar één geslacht. Ontbreekt die plant, dan verdwijnt ook de bij.
Deze specialisatie is een fijn afgestemd resultaat van de evolutie. De wilde bijen hebben hun vliegtijden en lichaamskenmerken exact aangepast aan de bloeiperiode en de morfologie (uiterlijke vorm) van hun waardplanten. Als je wilde bijen wilt bevorderen, volstaat het dan ook niet om een willekeurig bloemenmengsel te zaaien. Het gaat om de gerichte keuze van inheemse wilde planten.
Een sprekend voorbeeld is de knautiazandbij (Andrena hattorfiana). Zij is voor het grootbrengen van haar larven uitsluitend aangewezen op het stuifmeel van de beemdkroon (Knautia arvensis) of het duifkruid (Scabiosa columbaria). Deze bij is met een lichaamslengte tot 16 mm vrij groot en valt op door haar vaak roodachtig achterlijf. Waarnemingen tonen dat een enkel vrouwtje voor de bevoorrading van één broedcel de stuifmeelvoorraad van ongeveer tien tot vijftien bloemhoofdjes van de beemdkroon nodig heeft.
Even gespecialiseerd is de klokjesdwergzandbij (Chelostoma rapunculi). Zoals haar naam aangeeft, verzamelt ze uitsluitend op klokjes (Campanula). In jouw tuin kun je haar een levensbasis bieden met het grasklokje (Campanula rotundifolia) of het perzikbladklokje (Campanula persicifolia). De mannetjes van deze soort gebruiken de bloemen zelfs als slaapplaats; bij regen of ’s nachts trekken ze zich diep in de klokjes terug.
De volgende tabel geeft een overzicht welke inheemse planten voor bepaalde gespecialiseerde wilde bijensoorten in mei en juni essentieel zijn:
| Wilde bijensoort | Voorkeur stuifmeelbron | Levensruimte-eis |
|---|---|---|
| Slangenkruidmetselbij (Osmia adunca) | Slangenkruid (Echium vulgare) | Heeft rotsspleten of steile wanden nodig (ook nesthulpen) |
| Heggenrankzandbij (Andrena florea) | Heggenrank (Bryonia dioica) | Nestelt in zelf gegraven gangen in de bodem |
| Resedamaskerbij (Hylaeus signatus) | Wilde reseda (Reseda lutea) | Gebruikt bestaande holtes in hout of plantenstengels |
| Aspergezandbij (Andrena nycthemera) | Asperge (Asparagus officinalis) | Zandige bodemplekken voor nestbouw |
| Boswolbij (Anthophora furcata) | Bosandoorn (Stachys sylvatica) | Bewoner van dood hout, knaagt gangen in vermolmd hout |
Soortbescherming in de tuin stopt niet bij de bij. Elke gespecialiseerde soort maakt deel uit van een complex ecologisch weefsel. In grote natuurlandschappen zijn de populaties van planteneters en bestuivers nauw met elkaar verbonden. Terwijl wilde bijen de flora door bestuiving in stand houden, zorgen grotere dieren voor dynamiek in het landschap. In uitgestrekte gebieden van de DACH-regio draagt bijvoorbeeld ook de Eland (Alces alces (Linnaeus, 1758)) door vraat en betreding bij aan het ontstaan van lichte bosstructuren en open plekken, die op hun beurt groeiplaatsen voor veel wilde kruiden zijn. In jouw tuin neem jij die regulerende rol over door een behoedzaam beheer.
Inheemse wilde planten de voorkeur geven: Vervang uitheemse sierplanten door regionale wilde soorten. Slangenkruid (Echium vulgare) heeft bijvoorbeeld een grote aantrekkingskracht op de slangenkruidmetselbij (Osmia adunca) en biedt bovendien nectar aan meer dan 40 vlindersoorten.
Zandnestplekken toelaten: Een zandnestplek is een open zandbiotoop voor grondnestelende wilde bijen. Ongeveer 75 procent van onze wilde bijen nestelt in de bodem. Vermijd een dichte beplanting of een laag boomschors. Kleine, zonnige zandnestplekken met zandige leemgrond zijn ideaal voor soorten als de heggenrankzandbij (Andrena florea).
Verticale structuren behouden: Veel dwergzandbijen en maskerbijen nestelen in mergstengels, bijvoorbeeld van braam (Rubus fruticosus) of toorts (Verbascum). Knip uitgebloeide stengels in het najaar niet af, maar laat ze de winter en het volgende voorjaar rechtop staan.
Afzien van perfectionisme: Een natuurlijke tuin heeft ‘wilde hoekjes’ nodig. Dood hout van inheemse loofbomen mag blijven liggen, omdat het als nestplek dient voor de boswolbij (Anthophora furcata). Mulch moet je maar spaarzaam gebruiken, want een dikke mulchlaag blokkeert de toegang tot de bodem voor gravende bijen.
Geen chemie en geen turf: Gebruik uitsluitend turfvrije potgrond om hoogveenecosystemen te beschermen. Tegen ongewenst onkruid helpen mechanische methoden zoals wieden. In plaats van kunstmest bevordert een spaarzaam gebruik van rijpe compost het bodemleven, zonder de standplaats voor schraaltegroeiers zoals slangenkruid te overbemesten.
Door deze gerichte maatregelen verander je jouw tuin in een levensbelangrijke stapsteen. Je bevordert zo niet alleen de biodiversiteit, maar kunt ook fascinerende waarnemingen pal voor het terras doen – wanneer de gespecialiseerde bij precies op het moment verschijnt waarop haar waardplant de eerste bloemen opent.
Oligolectische wilde bijen zijn specialisten die het stuifmeel voor hun larven uitsluitend op één bepaalde plantenfamilie of -geslacht verzamelen.
De beemdkroon (Knautia arvensis) is de onmisbare hoofdnectarbron voor de gespecialiseerde knautiazandbij (Andrena hattorfiana).
Ongeveer 75 % van alle inheemse wilde bijensoorten nestelt in de bodem en heeft daarvoor open, onverharde en zonnige bodemplekken in de tuin nodig.
Bij dubbele bloemen zijn de meeldraden omgevormd tot bloembladeren. Ze bieden daardoor geen stuifmeel of nectar en zijn voor bijen dus nutteloos.
Hoofdartikel: Natuurtuin aanleggen: leefgebieden voor meer biodiversiteit creëren
Trefwoorden
Ontdek hoe je in mei een natuurtuin aanlegt. Deskundige gids over wilde planten, takkenwallen en dood hout voor meer biodiversiteit in je eigen tuin.
VerdiepingLeer hoe je een droge stapelmuur bouwt om waardevolle leefgebieden voor hagedissen en wilde bijen te creëren. Handleiding, materiaalkeuze en inheemse planten.
VerdiepingOntdek hoe je met insectvriendelijke tuinverlichting nachtvlinders en vleermuizen beschermt. Tips over lichtkleur, afscherming en soortenbescherming in mei.
VerdiepingLeer hoe je in mei een benjesheg aanlegt. Stappenplan voor het bouwen van een doodhoutwal als leefgebied voor egels, vogels en nuttige insecten.
VerdiepingOntdek hoe je het edafon en mycorrhiza-schimmels in je tuin kunt stimuleren. Praktische tips voor een gezond bodemleven en meer biodiversiteit in mei.
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →