Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieAmphipyra pyramidea
inheems Nederland
NSR v20260516 (Nederlands Soortenregister) · 2026 · 100%
22
Planten
bezocht
27
Interacties
gedocumenteerd
19
Gastheerplanten
bekend
De rups van de Piramidevlinder heeft een opvallende, spits toelopende bult op het achterlijf. De soort brengt per jaar één generatie voort. De vrouwtjes leggen hun eieren in het late najaar op de takken van loofbomen. In het voorjaar komen de rupsen uit en voeden zich met de bladeren van onder andere de gewone liguster (Ligustrum vulgare), haagbeuk (Carpinus betulus), wilde appel (Malus sylvestris), eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) en zachte berk (Betula pubescens). De volwassen vlinders vliegen in de nazomer en bezoeken planten zoals rode klaver (Trifolium pratense) of voeden zich met gevallen vruchten van de kwets (Prunus domestica). De soort overwintert als ei op de boomschors. De vlinder heeft een vleugelspanwijdte van ongeveer 40 tot 50 millimeter.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
De Piramidevlinder heeft geen angel en kan niet bijten.
Amphipyra pyramidea behoort tot de familie van de uilen (Noctuidae) in de orde van de vlinders (Lepidoptera). De soort komt voor in loofbossen, parken en tuinen. De vlinder bereikt een vleugelspanwijdte van ongeveer 45 tot 52 millimeter en heeft bruingrijs gemarmerde voorvleugels. De achtervleugels zijn koperkleurig. De soort is lastig te onderscheiden van de Svenssons piramidevlinder, wat vaak alleen mogelijk is door de tekening op de onderzijde van de vleugels te onderzoeken.
19 planten dienen als voedsel voor de larven
3 planten worden door deze soort bezocht
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →