Afbeelding volgtAI-gegenereerde illustratieMolinia caerulea agg.
4
Soorten
interageren
6
Interacties
gedocumenteerd
3
Gastheerrelaties
Soorten
Molinia caerulea agg. is herkenbaar aan de knooploze stengels en de vaak violet getinte bloempluimen. Dit inheemse gras is een waardevolle toevoeging aan een natuurlijke tuin, aangezien het dient als belangrijke rupswaardplant voor gespecialiseerde vlinders. Zo profiteren onder andere de rupsen van de droogbloemmot (Minois dryas) en de grote beer (Phragmatobia fuliginosa) van de bladeren. Op een schrale bodem biedt deze plant structuur en draagt bij aan de inheemse biodiversiteit.
Belangrijke rupswaardplant voor de grote beer en gracieuze structuur voor schrale bodems.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Netwerk wordt geladen...
Dit gras fungeert als een essentiële kraamkamer voor diverse vlindersoorten. De rupsen van de droogbloemmot (Minois dryas) en de grote beer (Phragmatobia fuliginosa) gebruiken de bladeren als voedsel. Ook de zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola) is afhankelijk van bestanden van deze soort. Omdat grassen geen nectar produceren, ligt de ecologische waarde primair in de functie als rupswaardplant en overwinteringsplaats. De stengels bieden in de winter bescherming aan talrijke kleine organismen.
Molinia caerulea agg. wordt niet als kindvriendelijk geclassificeerd; voorzichtigheid is geboden in tuinen met kleine kinderen. Er is geen risico op verwarring met zeer giftige soorten. De stengels zijn niet giftig, maar kunnen bij onvoorzichtig gebruik scherpe randen hebben.
Licht
Halbschatten
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Schwachzehrer (Magerer Boden)
Bloeitijd
—
Bodemreactie
Mäßig sauer bis neutral
Bioregio
Continental
Groeivorm
Gras
Verhouting
Nicht verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Planthoogte
0.938 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Kies een standplaats in de halfschaduw.
De bodem dient vers (matig vochtig) te zijn.
Zorg voor een schrale bodem, aangezien het gras een zwakke groeier is met een lage behoefte aan nutriënten.
Plant het gras in het voorjaar van maart tot mei of in het najaar van september tot november, mits de bodem vorstvrij is.
Omdat de plant in pollen groeit, is geen wortelbegrenzer nodig.
Snoei de oude stengels bij voorkeur eind februari terug.
Vermijd bemesting, aangezien een overschot aan nutriënten het natuurlijke groeibeeld verstoort.
Vermeerdering is mogelijk door de wortelstok in het vroege voorjaar te delen.
Goede combinatie: Succisa pratensis – beide soorten delen de voorkeur voor verse, schrale standplaatsen.
Molinia caerulea agg. is een inheemse grassoort die volgens de Rode Lijst niet bedreigd is. De soort groeit bij voorkeur in de halfschaduw op verse (matig vochtige) en schrale gronden. Een botanische bijzonderheid is de symbiose met arbusculaire mycorrhiza (AM), een levensgemeenschap met bodemschimmels die de nutriëntenopname verbetert. De plant groeit in compacte pollen en vormt geen uitlopers.
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Checklist Alien Plants Belgium — Verloove F (2023), Botanic Garden Meise (CC BY 4.0)
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →