
Ulmus minor
32
Soorten
interageren
44
Interacties
gedocumenteerd
9
Gastheerrelaties
Soorten
Ulmus minor valt op door de asymmetrische bladvoet, waarbij de bladsteel aan één zijde lager is aangehecht dan aan de andere. De soort dient als waardplant voor de rupsen van de iepenuil (Cosmia affinis) en de witvlekuil (Cosmia pyralina), en biedt leefruimte aan de grote vos (Nymphalis polychloros).
Waardplant voor de witvlekuil en de grote vos.
Klikken markeert verbindingen · Nogmaals klikken opent de soortpagina
Ecologisch netwerk laden…
Deze plant bevordert nuttige insecten die plagen op natuurlijke wijze reguleren — aangetoond door interactiedata.
Databron: GloBI · GBIF-Traits · Biologische relaties (CC BY 4.0)
Ulmus minor fungeert als waardplant voor de rupsen van de iepenuil (Cosmia affinis) en de witvlekuil (Cosmia pyralina). De boom biedt tevens leefruimte aan de grote vos (Nymphalis polychloros) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). In de omgeving van deze soort worden regelmatig de vuurlibel (Pyrrhosoma nymphula) en de boshommel (Bombus sylvarum) waargenomen.
Contact met plantendelen kan bij gevoelige personen huidirritatie veroorzaken. De soort is niet giftig, maar wordt niet als kindvriendelijk geclassificeerd.
Licht
Halbschatten
Vochtigheid
Frisch (Mäßig feucht)
Bodem
Mittelzehrer (Normaler Boden)
Bloeitijd
Mär – Apr
Bodemreactie
Basisch / Kalkhold
Bioregio
Continental
Groeivorm
Baum
Verhouting
Verholzt
Bladtype
Breitblättrig
Bladfenologie
Laubabwerfend
Planthoogte
23.375 m
Morfologische kenmerken: TRY ID3 (CC BY 3.0) & TRY ID81 (CC BY)
Standplaats: halfschaduw.
Bodem: vers (matig vochtig) en gemiddeld qua voedingsstoffen.
Planttijd: voorjaar (maart tot mei) of najaar (september tot november), mits de bodem niet bevroren is.
Onderhoud: jonge bomen hebben in droge zomers water nodig; snoei vindt bij voorkeur plaats in de late winter.
Vermeerdering: via zaden of worteluitlopers.
Combinatie: komt in natuurlijke bosranden voor in combinatie met rode kornoelje (Cornus sanguinea).
Ulmus minor behoort tot de familie Ulmaceae en is inheems in grote delen van Europa. De soort komt van nature voor in uiterwaarden en drogere heuvellandschappen. Een kenmerkend morfologisch aspect zijn de kurklijsten die zich op de takken kunnen vormen.
15 soorten interageren met deze plant
9 soorten gebruiken deze plant als gastheer
8 andere soorten bezoeken de bloemen
•DoPI - Database of Pollinator Interactions (UK)
•Interaktionsdaten via GloBI (CC-BY 4.0)
•Cook et al. (2025) UK Butterfly & Moth Traits (DOI: 10.5285/dbc7cc17-cbbd-49dd-bab4-8e8855768d66)
•FloraWeb / BfN
•EIVE 1.0 — Dengler et al. (2023), DOI: 10.3897/VCS.98324 (CC BY 4.0)
•GBIF Backbone Taxonomy — GBIF Secretariat (2024), DOI: 10.15468/39omei (CC BY 4.0)
•TRY Categorical Traits (ID3) — Kattge et al. (2012), DOI: 10.17871/TRY.3 (CC BY 3.0)
•TRY Global Spectrum (ID81) — Díaz et al. (2016/2021), DOI: 10.17871/TRY.81 (CC BY)
•Govaerts R et al. (2025) — World Checklist of Vascular Plants (WCVP) v14. Royal Botanic Gardens, Kew. DOI: 10.34885/xs7h-ze42 (CC BY 4.0)
•Foto: © Adobe Stock / AdobeStock_774452598
Alle data zijn gelicentieerd onder CC BY 4.0, CC0 of compatibel. Naamsvermelding volgens licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →