Ontwerp in mei een ideale oeverzone voor amfibieën: zo help je jonge padden bij de overgang naar het land. Tips voor planten, structuur en bescherming tegen uitdroging.
In de maand mei voltrekt zich in veel tuinvijvers een biologisch fenomeen: de metamorfose – de omvorming van larven tot op het land levende gewervelde dieren. De kikkervisjes van de gewone pad (Bufo bufo) ontwikkelen poten, nemen hun kieuwen terug en schakelen hun stofwisseling over op longademhaling. Wanneer deze zogenaamde metamorfoseringsexemplaren het water verlaten, zijn ze vaak niet groter dan een vingernagel. In dit stadium is hun huid nog uiterst doorlatend en gevoelig voor zonnestraling en wind. Zonder een vakkundige inrichting van de oeverzone voor amfibieën riskeer je dat het hele kroost van een jaar binnen enkele meters verdroogt of aan roofdieren ten prooi valt.
De grootste hindernis voor jonge amfibieën zijn steile oeverwanden of gladde kunststoffolie. Een gewone pad (Bufo bufo) kan niet tegen loodrechte vlakken opklimmen. Het ideale oeverprofiel heeft een helling van maximaal 30 graden. Dat maakt een krachtbesparende uitstap mogelijk. Heeft jouw vijver al steile wanden, dan kun je achteraf uitstaphulpmiddelen aanbrengen. Daarvoor zijn ruwe natuursteen of onbehandelde eikentakken die deels in het water liggen geschikt. Het ruwe oppervlak geeft de minuscule voetjes de nodige grip.
Een vaak onderschatte factor is het microklimaat. Vlak aan de waterkant moet een zone ontstaan die permanent vochtig en beschaduwd blijft. Terwijl de volwassen gewone pad (Bufo bufo) ook drogere habitats verdraagt, zijn de jonge dieren aangewezen op een luchtvochtigheid van nagenoeg 100 % om niet via de epidermis (opperhuid) uit te drogen.
De keuze van planten bepaalt de waarde van het habitat. Wij zetten in op inheemse flora van Nederland. Planten met een vlakke groeiwijze die over de waterrand heen in het landgedeelte groeien, vormen een ideale brug.
| Element | Geschikte soorten / materialen | Functie voor jonge padden |
|---|---|---|
| Moeraszone | Moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides), beekpunge (Veronica beccabunga) | Dekking en bescherming tegen verdamping vlak aan de waterlijn |
| Ondiep water | Lidsteng (Hippuris vulgaris), dotterbloem (Caltha palustris) | Schuilmogelijkheid voor libellenlarven (Anisoptera) tijdens de opstijging |
| Oeverrand | Scherpe zegge (Carex acuta), penningkruid (Lysimachia nummularia) | Creëren van een vochtig microklimaat door dichte bodembedekking |
| Dood hout | Vermolmde wilgen- of elzentakken | Bescherming tegen uv-straling en voedselbasis voor kleine organismen |
Het penningkruid (Lysimachia nummularia) verdient hierbij bijzondere aandacht. Het vormt dichte matten die over de vijverfolie heen groeien en zo de capillaire werking benutten om de bodem voortdurend vochtig te houden. Dit is de ideale „landingszone” voor de jonge padden.
Na het verlaten van het water blijven de jonge padden vaak nog enkele dagen in de directe oevervegetatie. In die tijd zijn ze een gemakkelijke prooi voor loopkevers (Carabidae) of vogels. Je kunt de overlevingskans vergroten door kleine hoopjes onbehandelde boomschors of platte stenen in de schaduw neer te leggen. Onder die structuren vinden de dieren beschutting en voedsel in de vorm van springstaarten (Collembola) en mijten (Acari).
Een ernstige fout in het tuinonderhoud is het maaien van de oeverstrook in mei en juni. De jonge gewone padden (Bufo bufo) zijn in het hoge gras onzichtbaar en worden massaal gedood door maaimachines of trimmers. Laat rondom de vijver een strook van ten minste twee meter breed staan als schrale grasmat of bloemrijk grasland. Mocht maaien onvermijdelijk zijn, doe dat dan pas in de nazomer en met een maaihoogte van minimaal 10 centimeter.
Door deze gerichte maatregelen verander je je tuinvijver van een potentiële valkuil in een uiterst effectieve kraamkamer voor de gewone pad (Bufo bufo). Een functionerend ecosysteem in de tuin begint op de grens tussen land en water.
Afhankelijk van het weer verlaten de jonge padden het water meestal tussen mei en juni, vaak massaal na warme regenbuien.
Vlak groeiende, inheemse soorten zoals penningkruid (Lysimachia nummularia) en beekpunge (Veronica beccabunga) bieden ideale grip.
Nee, volgens de Nederlandse Wet natuurbescherming is het verplaatsen van wilde dieren verboden. Pas in plaats daarvan het leefgebied ter plaatse aan.
Kort gras biedt noch dekking noch vocht; jonge padden drogen daar binnen enkele minuten uit of worden opgegeten.
Hoofdartikel: Gewone pad (Bufo bufo) in mei: bescherming en vijverbeheer
Trefwoorden
Bescherm de gewone pad (Bufo bufo) in mei: ontdek alles over amfibieënbescherming, het aanplanten van smal Froschkraut (Baldellia ranunculoides) en de juiste vijververzorging.
VerdiepingLeer gewone pad, groene pad en rugstreeppad in je tuin veilig te herkennen. Deskundige tips over kenmerken en bescherming in mei, zonder chemie.
VerdiepingOntdek waarom gewone paddenlarven in visvijvers overleven. Alles over bufadiënoliden, chemische afweer en de juiste verzorging van je tuinvijver in mei.
VerdiepingLeer hoe je kelderlichtkokers met fijnmazig gaas padproof maakt. Handleiding voor de gewone pad (Bufo bufo) en andere amfibieën – nu in mei valkuilen onschadelijk maken.
VerdiepingOntdek hoe de gewone pad als nuttig organisme slakken in jouw tuin onder controle houdt. Vakkennis over jachtgedrag, bescherming en tips voor een amfibievriendelijke tuin.
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →