Leer gewone pad, groene pad en rugstreeppad in je tuin veilig te herkennen. Deskundige tips over kenmerken en bescherming in mei, zonder chemie.
Mei is een overgangsmaand in de tuin. De trek naar de vijvers is afgerond en onze inheemse padden zoeken nu koele, vochtige schuilplaatsen voor overdag. Wanneer je tijdens het tuinieren onder oud hout of in holletjes een van deze nuttige amfibieën tegenkomt, helpt een nauwkeurige blik op de details om de soort met zekerheid te bepalen. In Midden-Europa krijg je vooral met drie soorten te maken, die elk hun eigen eisen en uiterlijk hebben.
De gewone pad (Bufo bufo) is veruit de algemeenste soort in onze tuinen. Ze valt op door een stevig, gedrongen lichaam en een meestal bruinachtige, wratachtige huid. Een belangrijk kenmerk zijn de ogen: de gewone pad heeft een koper- tot barnsteenkleurige iris met een horizontaal elliptische pupil. Achter de ogen zie je de zogeheten parotoïden. Dat zijn duidelijk uitstekende gifklieren, die bij deze soort schuin naar achteren en buiten verlopen.
Volgens actuele waarnemingsgegevens voedt de gewone pad zich bij voorkeur met insecten, pissebedden en verschillende slakkensoorten zoals de Spaanse aardslak (Arion vulgaris). Omdat ze zeer plaatstrouw is, blijft ze vaak jarenlang in hetzelfde tuingebied, mits er voldoende schuilmogelijkheden zijn.
Opvallender getekend is de groene pad (Bufotes viridis). Haar lichte, bijna witachtige bovenzijde is bezaaid met scherp afgetekende, groene vlekken. Bij de vrouwtjes zijn deze contrasten vaak sterker dan bij de mannetjes. De ogen ogen lichtgroen tot gelig. In tegenstelling tot de gewone pad verkiest ze drogere, open leefomgevingen en is ze vaak te vinden in tuinen met zandige bodems of in de buurt van grindgroeves.
De rugstreeppad (Epidalea calamita) is de kleinste van de drie en het gemakkelijkst te herkennen aan een specifiek kenmerk: een smalle, gele lengtestreep die precies over het midden van de rug loopt – de zogeheten aalstreep. Nog een fascinerend kenmerk is haar manier van voortbewegen. Waar gewone padden eerder log huppen of kruipen, rent de rugstreeppad met haar korte achterpoten bijna muisachtig en heel snel over de grond.
| Kenmerk | Gewone pad (Bufo bufo) | Groene pad (Bufotes viridis) | Rugstreeppad (Epidalea calamita) |
|---|---|---|---|
| Pupil | Horizontaal elliptisch | Horizontaal elliptisch | Horizontaal elliptisch |
| Iris-kleur | Koperrood tot barnsteen | Geelachtig groen | Citroengeel tot groenachtig |
| Huidpatroon | Egaal bruin/grijs | Groene vlekken op lichte ondergrond | Gele lengtestreep over de rug |
| Gang | Log, huppend | Huppend | Snel lopend ("muisachtig") |
| Roep in mei | Zacht, hoog gegrom | Trillend (lijkt op veenmol) | Luid, ratelend „ärr-ärr-ärr” |
Om deze nuttige dieren in je tuin te behouden, zorg je gericht voor geschikte structuren. Omdat amfibieën via hun huid ademen en vocht opnemen, zijn koele schaduwplekken levensnoodzakelijk.
Houd er rekening mee dat alle genoemde soorten volgens de Duitse federale natuurbeschermingswet (Bundesnaturschutzgesetz, BNatSchG) strikt beschermd zijn. Het is verboden de dieren te vangen, te verplaatsen of hun leefgebieden te vernietigen. Als je een pad uit een val (bijv. een kelderlichtschacht) redt, zet hem dan onmiddellijk in de directe omgeving op een beschutte plek terug.
Een soortenrijke tuin reguleert zichzelf grotendeels. Het gebruik van insecticiden (middelen tegen insecten) ontneemt de padden hun voedselbasis en beschadigt hun gevoelige huid rechtstreeks. Ook herbiciden (middelen tegen kruiden) veranderen het microklimaat op de bodem negatief. Zet in plaats daarvan in op plantengier van brandnetel (Urtica dioica) of smeerwortel (Symphytum officinale) om je cultuurplanten te versterken. Padden zijn uiterst efficiënte jagers en helpen het biologisch evenwicht zonder chemische hulpmiddelen stabiel te houden.
Het meest zekere kenmerk van de rugstreeppad (Epidalea calamita) is de dunne, gele lengtestreep op het midden van de rug en haar snelle, muisachtige manier van lopen.
Nee, alle inheemse padden zijn strikt beschermd. Het vangen en verplaatsen is wettelijk verboden. Ondersteun hen in plaats daarvan met geschikte leefomstandigheden ter plaatse.
Dat zijn de parotoïden (oorklieren). Ze bevatten een secretie om predatoren af te weren. Na contact moet je voor de zekerheid je handen wassen.
Volgens actuele gegevens eten ze insecten, larven, pissebedden en naaktslakken. Ze zijn daarmee belangrijke natuurlijke regulatoren in de ecologische tuin.
Hoofdartikel: Gewone pad (Bufo bufo) in mei: bescherming en vijveronderhoud
Trefwoorden
Bescherm de gewone pad (Bufo bufo) in mei: ontdek alles over amfibieënbescherming, het aanplanten van smal Froschkraut (Baldellia ranunculoides) en de juiste vijververzorging.
VerdiepingOntdek waarom gewone paddenlarven in visvijvers overleven. Alles over bufadiënoliden, chemische afweer en de juiste verzorging van je tuinvijver in mei.
VerdiepingOntwerp in mei een ideale oeverzone voor amfibieën: zo help je jonge padden bij de overgang naar het land. Tips voor planten, structuur en bescherming tegen uitdroging.
VerdiepingLeer hoe je kelderlichtkokers met fijnmazig gaas padproof maakt. Handleiding voor de gewone pad (Bufo bufo) en andere amfibieën – nu in mei valkuilen onschadelijk maken.
VerdiepingOntdek hoe de gewone pad als nuttig organisme slakken in jouw tuin onder controle houdt. Vakkennis over jachtgedrag, bescherming en tips voor een amfibievriendelijke tuin.
Alle soortgegevens zijn afkomstig uit wetenschappelijke bronnen (CC BY 4.0 / CC0). Naamsvermelding conform licentievoorwaarden. Volledig bronnenoverzicht →